George James Roney – de laatste vlucht boven Schoondijke
Een jonge Nieuw-Zeelandse piloot die zijn laatste rustplaats vond in Zeeuws-Vlaanderen
Op 6 oktober 1944, midden in de gevechten om Zeeuws-Vlaanderen, stortte bij Schoondijke een Britse Spitfire neer. Aan boord bevond zich de 22-jarige Warrant Officer George James Roney van de Royal New Zealand Air Force (RNZAF).
George Roney was afkomstig uit Oamaru, Otago, Nieuw-Zeeland. Hij was nog maar 22 jaar oud toen zijn leven eindigde in de polders bij Schoondijke. Zijn verhaal is bijzonder, omdat zijn familie pas jaren later zekerheid kreeg over zijn lot. Het wrak van zijn Spitfire bleef namelijk bijna vier jaar verborgen in de Zeeuwse bodem.
Van Nieuw-Zeeland naar Europa
George James Roney werd geboren op 1 januari 1922 in Oamaru. Voordat hij in militaire dienst ging, werkte hij als leerling-automonteur bij Maude Brothers in Oamaru. Daarnaast had hij ongeveer anderhalf jaar gediend bij het Nieuw-Zeelandse territoriale leger.
Op 21 december 1941 trad hij toe tot de Royal New Zealand Air Force. Na zijn opleiding in Nieuw-Zeeland behaalde hij zijn vliegbrevet en werd hij bevorderd tot sergeant. Begin 1943 vertrok hij naar Groot-Brittannië om daar zijn verdere opleiding en operationele inzet voort te zetten.
In augustus 1944 werd Roney ingedeeld bij No. 33 Squadron, onderdeel van de geallieerde 2nd Tactical Air Force. Het squadron vloog met Spitfires vanaf vliegvelden in Frankrijk en werd ingezet voor aanvallen en gewapende verkenningsvluchten boven het bezette gebied.
George had tegen de tijd van zijn laatste vlucht ongeveer 505 vlieguren gemaakt en was bezig aan zijn twintigste operationele missie.
De strijd om de Breskens Pocket
In het najaar van 1944 waren de geallieerden bezig met de bevrijding van Zeeuws-Vlaanderen en de opening van de haven van Antwerpen. De Duitse troepen hielden het gebied rond Breskens en de Scheldemonding stevig in handen.
Op 6 oktober 1944 begon Operation Switchback, de geallieerde aanval om de Duitse verdediging in de Breskens Pocket te doorbreken. De luchtmacht speelde daarbij een belangrijke rol. Spitfires van No. 33 Squadron werden ingezet om Duitse posities, voertuigen en andere doelen in het gebied rond Breskens aan te vallen.
Die ochtend had Roney al een missie naar Duinkerken uitgevoerd. Later die dag keerde hij terug naar Frankrijk, waar hij opnieuw werd gebriefd voor een aanval boven Zeeuws-Vlaanderen.
De laatste vlucht
Omstreeks 15.00 uur vertrok George Roney vanaf Merville, in Noord-Frankrijk, voor zijn laatste missie. Zijn Spitfire was een Supermarine Spitfire LF.IX, serienummer PV160, met de squadroncode 5R-W. Het doel was het aanvallen en beschieten van Duitse posities in het gebied rond Breskens.
De omstandigheden waren die middag gunstig voor de Duitse luchtafweer. Boven de Breskens Pocket werd zwaar Duits afweervuur gemeld.
Drie Spitfires van No. 33 Squadron kwamen tijdens deze missie in moeilijkheden. Pilot Officer Reginald Roy Clarke werd door luchtafweer geraakt, maar wist zich met zijn parachute te redden en uit handen van de Duitsers te blijven. Sergeant J. McNee werd eveneens getroffen en slaagde erin een noodlanding te maken bij Kortrijk in België.
George Roney had minder geluk.
Zijn Spitfire werd door de Duitse luchtafweer getroffen. Zijn collega's zagen zijn toestel nog toen de formatie zich ten zuiden van Breskens opnieuw verzamelde voor de terugvlucht naar Merville. Roney sloot echter niet meer aan. Zijn kameraden verwachtten aanvankelijk dat hij later op de basis zou terugkeren.
Dat gebeurde niet.
Een Spitfire in de polder
Lokale bewoners meldden dat een Spitfire was neergestort in de omgeving van de Groeneweg bij Schoondijke, in de Prins Willemspolder, nabij het gehucht Steenhoven.
Door de hevige gevechten in het gebied was het echter onmogelijk om het wrak direct te bergen. De geallieerde troepen waren nog volop in gevecht met de Duitse verdedigers. Het vliegtuig verdween daardoor letterlijk uit het zicht en uit de dagelijkse herinnering.
Voor de familie Roney bleef George vermist.
Op 9 oktober 1944 kreeg zijn familie het bericht dat hij tijdens een luchtoperatie werd vermist. Later werd hij officieel als vermist en vermoedelijk gesneuveld beschouwd. Zijn naam bleef jarenlang verbonden aan een vermiste Nieuw-Zeelandse piloot.
Vier jaar stilte
Pas in 1948 kwam er duidelijkheid.
In juni van dat jaar werd opnieuw aandacht besteed aan het vliegtuigwrak. Een Nederlandse boer had het wrak onder de grond aangetroffen en er werd een bergingsonderzoek ingesteld.
Op 9 juni 1948 begon men met het opgraven van de Spitfire. Het toestel bleek meters diep in de Zeeuwse bodem terechtgekomen te zijn. Na twee dagen zwaar graafwerk werden de resten van de piloot gevonden tussen de overblijfselen van het vliegtuig. Bij hem werd onder andere zijn paybook aangetroffen, waarmee zijn identiteit kon worden vastgesteld als George James Roney, afkomstig uit Nieuw-Zeeland.
Een medewerker van de Nederlandse politie, Frans Picavet uit Schoondijke, schreef hierover een brief aan de familie. Daarin beschreef hij dat het stoffelijk overschot van Roney was gevonden en dat hij persoonlijk aanwezig was bij de begrafenis.
Het moet voor de familie na bijna vier jaar onzekerheid een aangrijpend moment zijn geweest. Eindelijk wisten zij waar George was gebleven.
Een graf in Schoondijke
Op 12 juni 1948 werd George James Roney begraven op de begraafplaats van Schoondijke. Hij kreeg graf 303B.
Vandaag is zijn graf een tastbare herinnering aan de bevrijdingsstrijd die in oktober 1944 in Zeeuws-Vlaanderen plaatsvond.
George is de enige Commonwealth-oorlogsslachtoffer uit de Tweede Wereldoorlog die op de algemene begraafplaats van Schoondijke begraven ligt. Zijn graf wordt daarmee niet alleen een plaats van herinnering aan één jonge Nieuw-Zeelander, maar ook aan de vele geallieerde militairen die tijdens de bevrijding van Zeeland hun leven verloren.
Teruggevonden na bijna vier jaar
Het bijzondere verhaal van George Roney eindigde niet op 6 oktober 1944.
Zijn laatste vlucht bleef jarenlang een mysterie. Terwijl de oorlog voorbij was en Schoondijke verderging met de wederopbouw, lag zijn Spitfire verborgen in de grond. Pas in 1948 werd het toestel gevonden en kon George eindelijk een graf krijgen.
In 2017 kwam er opnieuw bijzondere aandacht voor zijn verhaal. Familieleden van George, waaronder zijn neef Rob Roney, kwamen vanuit Nieuw-Zeeland naar Schoondijke. Samen met leden van de 33 Squadron Association en huidige militairen van het squadron werd bij zijn graf een herdenkingsdienst gehouden. Daarmee werd, ruim 72 jaar na zijn dood, opnieuw stilgestaan bij de jonge piloot die zijn laatste vlucht boven Zeeuws-Vlaanderen maakte.
George Roney – 22 jaar
George James Roney was geen naam in een groot geschiedenisboek. Hij was een jonge man uit Oamaru die vóór de oorlog als automonteur werkte, een opleiding tot piloot volgde en uiteindelijk duizenden kilometers van huis terechtkwam.
Hij vloog zijn Spitfire boven Zeeuws-Vlaanderen op een moment dat de bevrijding dichterbij kwam, maar de gevechten nog uiterst gevaarlijk waren.
Op 6 oktober 1944 kwam zijn leven tot een einde in de omgeving van Schoondijke.
Hij was 22 jaar oud.
Bijna vier jaar later werd hij teruggevonden en kreeg hij een laatste rustplaats op de begraafplaats van het dorp waar zijn vliegtuig was neergestort.
George James Roney
1 januari 1922 – 6 oktober 1944
Warrant Officer, Royal New Zealand Air Force
No. 33 Squadron
Spitfire LF.IX PV160, 5R-W
Schoondijke General Cemetery – graf 303B
Lest we forget.