Cornelis Henri Geerart Mellema — vaak “Cor” genoemd — werd geboren op 9 september 1895 in het Zeeuwse Groede. Hij groeide op in een tijd waarin techniek en industrie snel veranderden. Na zijn studie rechten ging hij werken bij Philips in Eindhoven als octrooi-technicus. Daar hield hij zich bezig met technische uitvindingen en innovatieve ideeën.
Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak en Nederland door Duitsland werd bezet, koos Mellema niet voor stilte of afwachten. Hij sloot zich aan bij het verzet. Dankzij zijn technische kennis hielp hij bij het bouwen van geheime radiozenders waarmee informatie naar Engeland kon worden gestuurd. In die jaren was dat levensgevaarlijk werk: ontdekking betekende vaak gevangenschap of executie.
In de zomer van 1942 werkte hij aan een geheime zender. Om veiliger te kunnen werken bracht hij onderdelen naar het huis van zijn ouders in Wassenaar. Maar zijn activiteiten waren verraden. Op 25 juli 1942 vielen Duitse autoriteiten het huis binnen. Ze vonden belastend materiaal en arresteerden hem onmiddellijk. Eerst dreigde de doodstraf, maar uiteindelijk werd die omgezet in vijftien jaar tuchthuisstraf.
Mellema werd opgesloten in verschillende Duitse gevangenissen, onder andere in Rheinbach en later in Siegburg. De omstandigheden waren zwaar: kou, honger, ziekte en uitputting bepaalden het dagelijks leven. Toch hield hij vol. Terwijl Europa langzaam richting bevrijding ging, maakte hij de laatste dagen van de oorlog nog mee. Maar voor hem kwam de vrijheid te laat. Op 10 mei 1945, slechts enkele dagen na de Duitse capitulatie, stierf hij vermoedelijk aan vlektyfus. Hij werd 49 jaar oud en liet een vrouw en twee zoons achter.
Vandaag rust hij op het Nationaal Ereveld in Loenen. Zijn verhaal is dat van een stille, technische vakman die zijn kennis gebruikte om zich te verzetten tegen onderdrukking — en daarvoor uiteindelijk zijn leven gaf.